Interview met Ed Nijpels, CDK Fryslan
Hij is voorzitter van het Wadden Sea Forum, een internationaal gezelschap uit Duitsland, Denemarken en Nederland. Onder zijn leiding vinden aanbevelingen hun weg naar de drie nationale regeringen. "En die moeten van goeien huize komen om die naast zich neer te leggen", pareert hij de suggestie dat dergelijke overleggen vaak gezien worden als goedbedoelde, maar vrijblijvende praatclubs. Een kort vraaggesprek met Ed Nijpels, Commissaris van de Koningin in Fryslân, over de internationale waddencomponent, bureaucratie, internet, en de rol van de provincie.
Ed Nijpels praat met enthousiasme over de Waddenzee. "De Waddenzee is van ons allemaal, en niet van bestuurders en politici". Als rechtgeaard liberaal hekelt hij de bureaucratie in z'n algemeenheid, maar vindt niet dat er te veel regels zijn in het Waddengebied. "Die regels zijn nodig om zo'n uniek gebied te beschermen. Wat ik wel als probleem zie, is als de regels niet eenvormig en duidelijk zijn. Al te vaak spreken verschillende regels elkaar tegen, en worden belanghebbenden van het kastje naar de muur gestuurd. Daar heb ik dus wel een hekel aan."
Waddenzee houdt niet op bij Groningen
In het internationale circuit probeert Nijpels vooral draagvlak te kweken voor een "duurzame ontwikkeling van het gebied". Het gaat daarbij om zaken als economische vitaliteit, werkgelegenheid, infrastructuur, behoud van het karakteristieke landschap, en bescherming van het unieke ecosysteem in de Wadden. Onder het motto dat de Waddenzee van iedereen is moet er bij dergelijke "grote" kwesties dus een balans gevonden worden bij het afwegen van verschillende belangen. "En bij die afwegingen is het meepraten van de mensen in het gebied van groot belang. Dat de drie Waddenlanden hierin samenwerken is een must, want de Waddenzee houdt niet op bij Groningen".
De rol van internet in het creëren van draagvlak is volgens Nijpels erg belangrijk. Hij onderstreept de belangrijke rol die InterWad speelt, een initiatief dat onder meer door de drie waddenprovincies aangestuurd wordt. Met name vindt hij het "opsporen van trends en overheidsbemoeienis waarover brede ontevredenheid heerst" van belang. Toch wil hij internet niet als zaligmakend bestempelen: "Maatschappelijk gezien is het een onontkoombaar fenomeen, maar de face-to-face communicatie zal in sommige gevallen onmisbaar zijn. Een goeie inhoudelijke discussie op een bovenzaal in een lokale kroeg op Terschelling moet wat mij betreft blijven".
Provincie als bestuurslaag
Over de rol van de provincie als bestuurslaag in de ruimtelijke ordening is Nijpels heel duidelijk: "Die rol is stevig". Als verwezen wordt naar zijn recentelijk geuite voorkeur om die rol wat betreft politieaangelegenheden te versterken, wijst hij direct enige vergelijking af. "Bij de politie spelen andere dingen: daar worden per korps verschillende auto's aangeschaft en worden verschillende computersystemen gekocht zonder dat ze compatibel zijn. Dat is inefficiënt, en daar erger ik mij aan. Het gaat mij bij de politie dus om het beheer, niet om het gezag. De rol van de provincie in de ruimtelijke ordening is heel duidelijk en goed verankerd: In de hele cyclus van Nota ruimtelijke ordening - streekplan - bestemmingsplan is die rol volstrekt helder. Dit geeft maar weer eens aan dat de gewekte suggestie dat de provincie zijn tijd als bestuurslaag heeft gehad dan ook volstrekte onzin is."