Datum: 14 februari 2006
Het is waar. Voor de Wadden zijn veel regelingen van kracht. En terecht. Het is ons belangrijkste natuurgebied. Niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en Denemarken. Wereldwijd onvergelijkbaar. Maar, wordt mij vaak gevraagd, als het gebied nu door de Europese regelgeving, zoals de vogel- en habitatrichtlijnen en de kaderrichtlijn water beschermd wordt, heeft dan Europa niet de trilaterale samenwerking ingehaald? Europa stelt toch dezelfde eisen aan de bescherming van de Waddenzee? En de trilaterale samenwerking heeft toch geen wettelijk verplichtende status?
Men ziet daarbij een belangrijk gegeven over het hoofd. De Europese richtlijnen worden door de lidstaten afzonderlijk geïmplementeerd en daarbij is veel speelruimte mogelijk. Er is daarom wel degelijk behoefte aan afstemming wil je er voor zorgen dat de Waddenzee van Esbjerg tot Den Helder ook daadwerkelijk als een samenhangend gebied wordt beschermd en beheerd. Dit is sinds 1982, met de ondertekening van de Gemeenschappelijke Verklaring in Kopenhagen, de kern van de trilaterale samenwerking, nogmaals bevestigd op de laatste Waddenzeeconferentie op Schiermonnikoog.
Maar minstens zo belangrijk is dat de Waddenzee als één gebied wordt gezien. Blikken wij terug in de geschiedenis, dan wordt duidelijk waarom het zo belangrijk was dat wetenschappers en natuurbeschermers al in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw op de grensoverschrijdende betekenis van het gebied wezen. Dat gaf het gebied het profiel en het belang dat recht deed aan haar internationale betekenis en dat uiteindelijk leidde tot een systeem van bescherming, beheer en duurzame ontwikkeling dat wereldwijd uniek is. Iets waar de regeringen voor staan en de mensen, die hier leven en het gebied bezoeken, trots op mogen zijn. Dat is de kracht van de internationale Waddensamenwerking.
Jens A. Enemark, Common Wadden Sea Secretariat