|
|
 Eind 2000 is in Brussel de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) vastgesteld, met als voornaamste doel het beschermen en verbeteren van aquatische ecosystemen binnen de EU op hetzelfde niveau. Kern van de KRW is de stroomgebiedbenadering.
Het Waddenzeegebied behoort tot twee internationale stroomgebieden: de Rijn en de Eems. Daarbinnen worden de deelstroomgebieden Rijn-Noord en Eems-Dollard onderscheiden.
In 2004/2005 zijn de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen voor Rijn-Noord en de Eems-Dollard uitgebracht De plannen beschrijven de toestand van het Waddenzeegebied, opgesplitst in zogeheten waterlichamen. Het Waddenzeegebied bestaat uit 11 waterlichamen. Dit zijn Waddenzee, zes havenwaterlichamen, Waddenkust, Eems-Dollard, Eems-Dollardkust en Eems-Kust.
Doelstellingen De KRW heeft ecologische en chemische doelstellingen. Voor de ecologische doelstelling wordt voor elk type waterlichaam een maatlat gemaakt, die bestaat uit vier onderdelen:‘vis’ (bijv. stekelbaars of spiering), ‘waterplanten’ (bijv. zeegras), ‘algen’ en ‘bodemdieren’ (bijv. mosselen).Als de huidige toestand niet voldoet aan het doel, dan dienen er maatregelen te worden getroffen. Een voorbeeld van een maatregel om de visstand te verbeteren kan zijn het bouwen van een vispassage.De ecologische doelstelling omvat ook het halen van doelen voor stoffen: - stroomgebiedrelevante stoffen (gelden als doelstelling voor het hele stroomgebied),
- overige relevante stoffen (gelden specifiek voor een waterlichaam),
- fysisch-chemische parameters zoals bijv. de temperatuur en nutriënten.
Naast de ecologische doelen bestaan er chemische doelstellingen, die gelden voor alle waterlichamen binnen een stroomgebied. Deze doelen zijn voornamelijk gebaseerd op normen en emissiereducties voor een Europese lijst van prioritaire stoffen. De doelen staan beschreven in de concept Richtlijn Prioritaire Stoffen, welke nog moet worden vastgesteld door het Europees Parlement.
Status en typologie van Waddenzee en Eems-Dollard De indeling in waterlichamen is gebaseerd op o.a. de parameters sediment, getijverschil en zoutgehalte. De ecologische doelstellingen worden per watertype benoemd. Een aantal waterlichamen heeft de status natuurlijk gekregen, wat betekent dat deze zullen moeten voldoen aan een Goede tot Zeer Goede Ecologische Toestand ((Z)GET). Als nu door ingrepen van de mens in de hydromorfologie, zoals bijvoorbeeld dijken, dammen en baggeren, de ecologische doelstelling (deels) niet kan worden bereikt, dan wordt een waterlichaam als Sterk Veranderd benoemd, bijvoorbeeld het waterlichaam Eems-Dollard. Indien de (Z)GET niet kan worden gehaald, mag in dat geval een lagere doelstelling worden geformuleerd: het Matig of Goed Ecologische Potentieel (MEP/GEP).Voor de chemische doelstelling heeft de status Natuurlijk of Sterk Veranderd geen gevolgen, deze blijft altijd gelijk. De Waddenzee en de Waddenkust zijn aangeduid als Natuurlijk Kustwater. Begin 2005 is besloten om in de Waddenzee zes havens als Sterk Veranderd Kustwater aan te wijzen. Deze havens zijn Terschelling –West, Lauwersoog, Harlingen, Den Oever Buiten, Den Helder en Oude Schild (Texel).Het Eems-Dollardgebied is opgesplitst in drie waterlichamen. Dit zijn Eems-Dollard (Sterk Veranderd Overgangswater), Eems-Dollardkust en Eemskust (beiden Natuurlijk Kustwater).

Monitoring Voor het monitoren van de huidige toestand van de waterkwaliteit van de verschillende waterlichamen is er een Toestand & Trendmonitoring opgesteld. Daarnaast zal er monitoring plaats vinden om de effecten van maatregelen in te kunnen schatten, dit heet Operationele Monitoring. Bij het opzetten van het monitoringsprogramma is er vooral gebruik gemaakt van bestaande monitoringslocaties. Naast de twee eerder genoemde typen van monitoring is er ook nog Monitoring Nader Onderzoek mogelijk. Monitoring voor Nader Onderzoek is bedoeld om oorzaken van het niet halen van de goede toestand te onderzoeken en vraagt in die gevallen een projectmatige, probleemspecifieke opzet. Voor de uitvoering van het monitoringsprogramma zijn richtlijnen opgesteld: De Richtlijnen Monitoring. De monitoringstrategie is wettelijk vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
Huidige toestand · GCT: Chemische doelstelling Bij de toetsing van de waterkwaliteit aan de voorlopige chemische doelstelling blijkt deze niet te voldoen voor een aantal stoffen. Dit zijn voor de Waddenzee en het Eems-Dollardgebied mogelijk tributyltin en een enkele PAK · GET: Ecologische doelstelling Wat betreft de ecologische doelen voldoen plaagalgen, waterplanten en bodemdieren niet aan de voorlopige doelstelling voor de Waddenzee. Voor het Eems-Dollardgebied zijn dat mogelijk algen en vissen. Benadrukt moet worden dat het voorlopige resultaten betreffen. Onder de GET vallen ook die stoffen die niet als prioritaire stof zijn gemerkt. Deze stoffen zijn de Overige Relevante Stoffen (ORS). ORS-probleemstoffen zijn o.a. koper, PCB’s, een enkele PAK, trifenyltin en mogelijk nutriënten.
Proces: Gebiedsgroepen Om het proces van de implementatie van maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit goed te laten verlopen zijn er Gebiedsgroepen voor zowel de Waddenzee als voor het Eems-Dollardgebied ingesteld. Alle relevante actoren hebben zitting in de Gebiedsgroepen.
Planning De komende jaren dienen mijlpalen te worden gehaald om uiteindelijk in 2015 de doelstellingen te halen.1. Eerst worden in 2006 de maatregelen op hoofdlijnen opgesteld om de doelen te bereiken2. Daarna gaat in 2007 een fijnere analyse van de benodigde maatregelen plaatsvinden. 3. Dit moet in 2008 uitmonden in een eerste Stroomgebiedbeheerplan (SGBP), die in 2009 in werking dient te treden. In het SGBP dient o.a. de huidige toestand beschreven te staan, de doelstellingen en de evt. maatregelen om de doelstellingen te behalen indien deze afwijkt van de huidige toestand.Deze doelstellingen dienen in 2015 behaald te zijn. Er is mogelijk uitstel van het halen van de doelen (‘fasering’) aan te vragen, indien de termijn van 2015 binnen alle redelijkheid niet kan worden gehaald.
Bron: RIKZ / kaderrichtlijnwater.nl
Datum: 6 juli 2006
|
|
|