Datum: 29 maart 2005
Ruim 35 jaar heeft de Zeehondencrèche ervaring met opvangen, rehabiliteren en weer uitzetten van zieke, gewonde en verzwakte zeehonden. In Pieterburen werd het werk voortgezet dat familie Wentzel te Uithuizen al in 1960 was begonnen. In hun tijd werd er zelfs nog op zeehonden gejaagd.
De conditie van zeehonden in de loop der jaren laat een zorgwekkende ontwikkeling zien. Toen Wentzel met opvangwerk begon, werden alleen huilers gevonden; zeehondenpups die tijdens de zoogperiode hun moeder kwijt raakten en die niet ziek waren. Maar in de 70-er jaren werden steeds vaker zieke zeehonden gevonden en naar Pieterburen gebracht. Dit was een duidelijk signaal dat er iets mis was; maar wat?
De enige mogelijkheid om niet met hypothesen te werken maar met concrete feiten, was het opzetten van zuiver wetenschappelijk onderzoek. In die tijd begon de samenwerking met wetenschappers als viroloog Prof dr. Osterhaus en de Erasmus Universiteit, om te onderzoeken wat er aan de hand zou kunnen zijn. De eerste virussen bij zeehonden uit het wild werden door ons ontdekt en omschreven in een proefschrift van crèchemedewerkster Ilona Visser.
Toen in 1988 een epidemie onder zeehonden uitbrak hadden wij de kennis in huis om binnen een paar maanden de oorzaak van de grote sterfte te ontdekken: terwijl iedereen de vervuiling de schuld gaf, vonden wij een virus. Toch bleef de vraag of vervuiling bij deze massale virusuitbraak een rol had gespeeld. Dus werd er een nieuw project opgestart om te onderzoeken of – en zo ja in welke mate - vervuiling invloed heeft op het immuunsysteem van zeehonden. En helaas werd die relatie onomstotelijk bewezen. In twee proefschriften van crèchemedewerkers (Rik de Swart en Peter Ross) wordt beschreven dat het afweersysteem van zeehonden slecht functioneert als gevolg van in weefsel opgenomen vervuilende stoffen. Dat was de oorzaak dat het virus in 1988 zo extreem kon toeslaan. Het had niets te maken met zwakke of sterke dieren, want uit onderzoek weten we dat deze virussen ook de allersterkste dieren kunnen vellen. Extra triest is dat het virus door menselijk handelen in de Waddenzee is terechtgekomen. Vanwege overbevissing van de Lodde (een kleine haring) in de Barentszee rond 1987 trokken zadelrobben naar het zuiden op zoek naar voedsel. Zij waren drager van het virus, maar werden zelf niet ziek. Bij Anholt in Denemarken kwamen ze in contact met de Waddenzeehond. Die had tegen dit virus geen enkele kans: 60% van de Noordwest-Europese populatie stierf.
In 2002 begon, opnieuw in Denemarken, een tweede massasterfte onder zeehonden. Dankzij ons monitoringsysteem wisten wij wat ons te wachten stond. Ook in dit geval vonden we het verantwoordelijke morbillivirus, bijna gelijk aan dat van 1988. De crèche begon het grootste onderzoek ter wereld op bijna 1.500 dode zeehonden. Dit jaar komen de resultaten beschikbaar van het toxicologisch onderzoek, uitgevoerd door onze Japanse partners in dit project.
De vervuiling, die via de Noordzee ook de Waddenzee beïnvloedt, is helaas niet afgenomen. Hoewel er nauwelijks toename is van PCB’s, zijn die stoffen nog steeds aanwezig. Er komen echter steeds meer andere gevaarlijke stoffen bij (vlamvertragers en weekmakers), zoals ook blijkt uit een recent rapport van het RIKZ (Rijksinstituut van Kust en Zee). Tel daarbij de overbevissing van de industrievisserij van Denemarken en je ziet de volgende ramp al weer aankomen. Wij maken ons op dit moment grote zorgen omdat het aantal zieke dieren niet alleen in ons land sterk toeneemt, maar ook in Duitsland en in Groot Brittannië.
Zeehonden die binnengebracht worden in Pieterburen leveren belangrijke informatie over de kwaliteit van de populatie en de kwaliteit van het milieu. Wij zullen de vinger aan de pols blijven houden en ons blijven inzetten voor de bescherming van de zeehond en zijn leefmilieu. Daarbij telt de individuele zeehond als belangrijke boodschapper van wat er in de Waddenzee gebeurt, maar ook als dier met een unieke eigen waarde die gerespecteerd dient te worden.
Lenie 't Hart, Algemeen directeur Stichting Zeehondencrèche Pieterburen