 Waarom meten in organismen?
De aanwezigheid van verontreinigende stoffen wordt ook in verschillende organismen gemeten. Dit doet men onder andere omdat analyse van zeewater lastig is:
- Er zit vaak maar heel weinig van een stof in heel veel water (toch willen we graag weten hoeveel)
- Er zitten veel storende stoffen in het water (vooral zout).
In organismen hopen stoffen zich op en is er minder last van storende stoffen. Ook wordt in organismen gemeten omdat watervervuiling schadelijk is voor planten en dieren. Zij maken deel uit van de voedselketen in de zee.
In de Waddenzee wordt stoffen gemeten in mosselen (mitylus Edulis) en in bot (Platichthys flesus).
Mosselen worden hiervoor speciaal uitgehangen in korfjes op een aantal plaatsen in de Waddenzee. Zij krijgen hun voedsel binnen door het filteren van zeewater en nemen daarbij ook verontreingingen op.

De korfjes worden aan een boei gehangen.
Na 6 weken worden de mosselen binnengehaald en vervolgens ingevroren. In het laboratorium wordt de aanwezigheid van verontreinigende stoffen gemeten. Hoe dat gebeurd kan je lezen in voorbewerking van monsters en analyse in het lab. Zie link in rechterkolom.
Bron: RIKZ
Datum: 18 september 2006
|