Datum: 25 september 2006
Mijn voorgangers als directeur van de NAM (Nederlandse Aardolie Maatschappij) hebben zich ingespannen om de discussie over gaswinning onder de Waddenzee weer op de nationale agenda te krijgen. Ze hebben er - samen met anderen - voor gezorgd dat er breder naar de Waddenzee wordt gekeken, en er niet per issue een populair maar weinig productief standpunt wordt ingenomen.
Ik ben sinds maart van dit jaar directeur van de NAM en het proces om samen met allerlei belanghebbenden te kijken hoe de Waddenzee vooruit kon worden gebracht en of gaswinning daarin zou kunnen passen, was toen grotendeels al voltooid.
Een proces dat in 2003 op gang kwam en waar ik - terugkijkend - van vaststel dat er moed voor nodig was. Moed van alle partijen om te erkennen dat het niet goed ging met de Waddenzee, ondanks een 'handen-af' beleid. Er was moed nodig van mijn voorgangers om een proces in te stappen waarvan de politieke uitkomst vooraf niet vaststond. Er was moed nodig van de regering, in het bijzonder staatssecretaris Van Geel, om een discussie te heropenen die nog maar in 1999 tot heftige en emotionele politieke discussies had geleid. En moed vooral van milieuorganisaties die in het belang van de Waddenzee bereid waren het gesprek aan te gaan, zonder vooraf per definitie gaswinning uit te sluiten.
Dat alles heeft er uiteindelijk toe geleid dat we afgelopen juli de definitieve vergunningen ontvingen voor gaswinning onder de Waddenzee, onder strikte condities en in combinatie met een uitgebreid monitoringsprogramma. Ik denk dat de gesprekken en discussies die we de afgelopen twee jaar met alle betrokkenen - overheden, wetenschappers, milieuorganisaties - hebben gehad, ertoe hebben geleid dat er vergunningen zijn afgegeven waarin aan alle kanten extra zekerheden zijn ingebouwd, om te voorkomen dat de gaswinning negatieve effecten heeft voor het ecosysteem. Met als extra waarborg de hand aan de kraan: als er toch natuurgrenzen dreigen te worden overschreden, kan de gaskraan tijdig (verder) dicht worden gedraaid.
We hebben daarbij goed geluisterd naar de opvattingen, zorgen en wensen van de Waddenvereniging en Natuurmonumenten, die namens de gezamenlijke milieuorganisaties met ons in gesprek waren. En ik ben blij dat zij zich - ondanks principiële bedenkingen tegen gaswinning in de Waddenzee - kunnen vinden in de strenge vergunningsvoorwaarden, waarin zij voldoende waarborgen zien om schade aan de natuur te voorkomen. Ik vind het jammer dat enkele andere organisaties, zoals de Vogelbescherming, zich hebben losgemaakt uit de milieucoalitie en tegen de vergunningen in beroep zijn gegaan.
Het is - gelukkig maar - hun goed recht om dit te doen; het hoort bij onze rechtstaat dat tegen door de overheid verleende vergunningen bij de Raad van State beroep kan worden ingesteld. Maar ik vind het spijtig dat het gebeurt op gronden waarvan wij dachten dat die op basis van een wetenschappelijk onderzoek geen issue meer waren. Verder zal ik er inhoudelijk niet op ingaan: de zaak is immers "onder de rechter".
Ik hoop vanzelfsprekend dat de Raad van State de verleende vergunningen in stand zal laten, en ik heb daar ook veel vertrouwen in. Wij mikken erop om begin 2007 de productie vanaf onze locatie Moddergat te beginnen. En ik hoop ook van harte dat het proces dat we met z'n allen in 2002 zijn ingegaan, straks ook zal leiden tot een daadwerkelijke verbetering van de natuurwaarden van het Wad. Dat de 800 miljoen euro van het Waddenfonds aan goede projecten wordt besteed. En vooral ook dat we de kennis en wetenschap die we hebben opgedaan rond het issue gaswinning, tezamen met de gegevens die het monitoringsprogramma oplevert, kunnen bundelen met bestaande en nieuwe kennis van anderen. Een integrale benadering van de Waddenzee begint met het integreren van kennis en meetgegevens. Nu en in de toekomst. Wij willen als NAM daar graag onze bijdrage aan leveren.
Roelf Venhuizen
directeur NAM